A:

Action: Wanneer een speler aan de beurt is om actie te ondernemen. Dit kan dus ook checken of folden betekenen.
Ante: Een kleine contributie van elke speler aan de pot voordat een pokerhand begint. De meeste Hold’em spelen worden zonder ante gespeeld maar met blinds, ook om een pot te initieeren.
All-in: Alles inzetten wat je nog hebt aan chips. Je mag niet meer inzetten dan dat je hebt. Het kan zijn dat het aantal chips dat je nog hebt niet genoeg is om voor de hele pot mee te spelen, in dat geval wordt een side pot gecreeerd. Jij speelt dan alleen maar mee voor de hoofdpot en niet voor de side pot.

B:

Backdoor: Een hand waarbij je op de turn en op de river de kaarten krijgt die je nodig hebt om je ( winnende hand te vormen ).
Bad Beat: Dit is de term die gebruikt wordt om aan te geven dat een zwaar favoriete hand alsnog het onderspit moet delven tegen een op papier veel slechtere hand. De winnaar in zo’n hand had eigenlijk niet eens de hand horen te spelen.
Big Blind: De grote blind ( i.t.t. de small, kleine blind), zeer gebruikelijk bij Texas Hold´em. Het is gelijk aan een volledig minimum betbedrag.
Big Slick: Een andere naam voor Aas- Koning ( ook wel Anna Kournikova genoemd; een mooie tennisspeelster, ziet er mooier uit dan ze is ) , zo geldt dus ook voor A-K.
Blank: Een bord kaart die weinig tot niets verandert aan de situatie.
Blind: Een verplichte bet voordat de kaarten zijn gedeeld. Wordt ingezet door en dus te herkennen aan de spelers zittende links van de dealer.
Bluff: Betten terwijl je een zwakke hand hebt, bedoeld om te winnen door intimidatie van je tegenstanders
Board: Alle “community cards” in het holdem spel.
Bot: Afgekort van robot. In het poker bebruikt om aan te geven dat een programma speelt, zonder interventie van een persoon. ( Zie het als een schaakcomputer, maar dan voor poker ).
Bottom Pair: Een paar waarbij je de laagste kaart op het bord gebruikt.
Brick en Mortar: Een “echt ” casino of kaarthuis. In een gebouw dus en niet online. Er zijn dus echte live dealers, tafels etc.
Bring –in: Bekend in Five en Seven Card stud; een verplichte bet in de eerste betronde, meestal verplicht voor degene die de laagste kaart laat zien.
Bubble: De situatie waarin een speler het spel verlaat en waardoor andere spelers een hand winnen.
Burn: Het gesloten wegdoen van een kaart. Dit wordt gedaan tussen elke betronde door, voordat de community cards gedeeld worden. De reden voor deze burn cards is er een van veiligheid. Het voorkomt dat spelers kunnen gaan meetellen of volgordes kunnen gaan herkennen.
Button: Een rood of wit rond plastic schijfje dat op tafel ligt om de plek van de dealer aan te geven. De term button wordt ook gebruikt om de speler mee aan te geven die op dat moment dealer is.
Buy: Hiermee wordt aangegeven dat je bet of raist. Hopende dat andere spelers afvallen daarna of dat je gewoon de pot wint of kunt oppakken door afvallers.
Buy-in: Een bedrag dat de speler betaalt om zich in te kopen voor deelname aan een toernooi. Meestal wordt het als volgt aangeveven; De buy-in is $100 + $9. Dit betekent dat er $100 direct in de pot gaat en $9 is voor het huis.

C:

Calling Station: Een lichtelijk passieve speler die veel callt, maar weinig raist of fold. Een ideale speler om bij aan tafel te zitten.
Cap: Van de laatste raise mogelijkheid gebruik maken in een betronde.
Case: De laatste kaart in het deck van een bepaalde waarde.
Center Pot: ook wel de main pot genoemd: Dit is de hoofdpot, die als eerste gemaakt is, waarom gespeeld wordt. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een side pot.
Chat: een online conversatie die je bij een online pokerspel kunt hebben.
Check: Het niet plaatsen van een bet, met de optie dit in een later stadium van de hand alsnog te doen. Staat eigenlijk gelijk aan het betten van 0.
Check- Raise: Eerst checken en vervolgens, wanneer een andere speler een bet heeft gemaakt, raisen. Dit is een zeer belangrijke techniek bij poker.
Chop: Een afspraak tussen de small en de big blind (spelers) waarbij ze afspreken hun small en big blind terug te nemen indien er geen enkele speler meespeelt ( dus wanneer iedereen fold).
Clean Out: Een kaart die op tafel komt die je hand ongetwijfeld tot de best mogelijke hand maakt.
Cold Call: Door in een aktie eigenlijk meerder bets te callen. Bijvoorbeeld; de speler naast de big blind maat een bet en het is jou beurt: je callt nu niet alleen de big blind zelf als je besluit te callen, maar ook de bet die de speler naast de big blind heeft gemaakt.
Complete Hand: Een hand die van alle vijf de kaarten gebruik maakt: Een Straight, Flush, Full-House, Four of A Kind of Straight Flush.
Connector: Een starthand bij Texas Holdem waarbij je twee opeenvolgende kaarten hebt.
Counterfeit: De situatie waarbij je handkaarten minder waard worden doordat er op het bord dezelfde soort kaarten liggen.
Crack: Een hand winnen, vooral gebruikt bij “grote” handen.
Crying call: Een call die je al verwacht te gaan verliezen. Toch wordt hij soms gemaakt, mestal vanwege een al hoge pot.
Cut- off: Hiermee wordt de positie aangeduid van de speler rechts van de button.

D:

Dead Money: Geld dat in de pot zit van een speler die al uit de hand ligt.
Dominated Hand: Een hand die het meestal zal gaan verliezen van een andere hand.
Draw: Een hand niet wegleggen om hem nog te proberen te ontwikkelen tot een betere hand.
Draw Dead: Een hand waarin je door blijft spelen om hem beter te maken, maar uiteindelijk toch niet zal winnen. Gevaarlijk. Probeer dit te voorkomen.

E:

Equity: Jouw aandeel in de pot. Stel er zit 50 in de pot en en je kans om de pot te winnen is 50%, dan is je equity 25.
Expectation: Het bedrag dat je verwacht te gaan winnen binnen een bepaalde tijd.
Extra Blind: Een extra blind die wordt ingezet door een nieuwe speler die wil aanschuiven of door een speler die van plek wil veranderen.

F:

Family Pot: Een pot waarbij alle of de meeste spelers callen voor de flop. Meestal zonder verhoogde inzet, d.w.z. tegen de waarde van de big blind.
Fifth Street: De vijfde board card die op tafel komt; beter bekend als de River.
Fish: Een matige/ zwakke speler. Een speler waar geld van te winnen valt.
Flop: De eerste drie community cards, allen open op tafel.
Fold: Een hand wegleggen
Fold equity: Dit wijst op de extra waarde die een hand krijgt wanneer je niet tot de show down hoeft te gaan. Je hebt dus een lagere fold equity wanneer je tot een showdown (moet) komen.
Foul: Een hand die beter niet gespeeld kan worden.
Fourth Street: De vierde kaart die open op tafel komt te liggen bij Hold’em of Omaha, beter bekend als de Turn. Soms ook wel gebruikt bij Seven Card Stud om de vierde kaart mee aan te duiden.
Free Card: Een turn of river kaart die je “gratis” kunt zien. Je hoeft hier dus geen bet te callen, ofwel door een eigen eerdere move, ofwel omdat de spler voor je checkt. Chek jij ook, dan kun je de turn/ river gratis zien.

G:

Gap Hand: Een start hand met meer dan een “gat ertussen: bijv: 8-10 is een 2 gap hand, waar Q-J een one gap hand is.
Gut-Shot: Een inside Straight hitten. Stel je hebt 8-9-J-Q en de 10 valt, dan maak je een gut-shot straight.

H:

Hit: Deze term wordt bijvoorbeeld gebruikt als de flop je mee zit. Stel je hebt 10-10 en er valt nog een 10 op de flop, dan hoor je “the flop hit me”.
Hole Cards: Kaarten met hun “gezicht ” naar beneden, die dus niet door andere spelers gezien kunnen worden.
House: De instelling of casino die het spel organiseert.

I:

Implied Odds: Dit komt in de buurt van verwachte winstkansen. Het is de kans verhouding die nu nog niet relevant is , maar het straks wel kan worden, en die je dus meerberekent in de beslissing wel of niet in de hand te blijven. Bijvoorbeeld, het wel in de hand blijven op de turn voor een open handed straight draw, omdat je eventueel de nut flush kunt halen.
J:

Jackpot: Een speciale bonus die wordt uitgekeerd door het casino aan de verliezer door een zogenaamde bad beat. Soms is het dus best lekker om met bijvoorbeeld Azen alle-in pre flop verslagen te worden; sommige casino’s keren tot wel $50,000 uit aan “losers” door een bad beat. Uiteraard wordt de jackpot betaald uit de rake.
Jam: Allin gaan in een no limit game.

K:

Kicker: Dit is de kaart waarmee bepaald wordt wie de hand wint in het geval twee of meerdere spelrs een gelijk paar hebben. De hoogste kicker wint.

L:

Leak: Een zwakte in je spel waardoor je meer verliest dan nodig is.
Limp: Callen. Meestal gaat het hier om pre flop.
Live Blind: De verplichte blinds zetten voordat er een enkele kaart is gedeeld. Live verwijst ernaar dat deze spelers nog de optie hebben tot raise wanneer de beurt aan hun is.
Live: Een kaart die in je hand zit die je hand nog winnend kan maken. Stel jij hebt K-9 en je opponent heeft K-Q, dan zal een K je niet helpen, maar een 9 wel. De negen is dus Live.

M:

Maniac: Een speler die continu sterk raist, bet en bluft. Meestal geen goede speler. Iemand die soms of even als een maniac speelt kan gevaarlijk zijn.
Made Hand: Een hand die je maakt bij bijvoorbeeld een flush draw en die niet meer te overwinnen is.
Micro Limit: Spellen waarbij de inzetten zo klein zijn dat ze niet worden aangeboden bij land based casino’s. Wel online.
Muck: De stapel gefolde kaarten en burn cards die voor de dealer ligt.

N:

Narrowing the field: Raisen om een aantal spelers uit de hand te krijgen. Deze spelers zet je namelijk op een lagere hand in dan je eigen hand, maar zouden als ze in het spel blijven toch een sterkere kand kunnen ontwikkelen.
No Limit: Een versie van poker waarbij de speler ongelimiteerd mag inzetten, althans , z’n hele stack die voor hem ligt. Verschilt sterk van limit poker.
Nuts: De sterkst mogelijke hand. Stel dat er op het bord drie harten liggen en iemand zit met een A harten en nog een harten in zijn hand, dan heeft deze speler de nuts.

O:

Off- suit: Een start hand bij holdem poker van twee kaarten die niet dezelfde kleur hebben.
One Gap: Een start hand waarbij de kaarten bijvoorbeeld: J-9 of 3-5 zijn.
Out: Een kaart die je nodig hebt om je hand winnend te maken. Meestal wordt de term in meervoud gebruikt: ik heb negen outs: mogelijkheden om te winnen.
Outrun: Verslaan.In het engels hoor je: “He outran my set when he hit his straight on the river”.
Overcall: Een bet callen nadat deze eerder ook door andere(n) is gecalled.
Over- Card: Een kaart in je hand die hoger is dan alle bordkaarten. Bijv: je hebt K-10 in je hand en op het bord ligt 7-6-3, dan heb je twee over cards.
Over- Pair: Een paar in je hand dat hoger is dan alle bordkaarten. Bijv: J-J in je hand en 8-6-5 op het bord.

P:

Pat: Een hand die je op de flop maakt. Stel je hebt twee ruiten in je hand en op de flop volgen nog drie ruiten, dan heb je een ruiten pat flush geflopped.
Pay Off: Een bet callen tegen iemand wiens hand je niet meer kunt winnen.
Play the bord: Een hand tot de show down spelen terwijl je eigenlijk alleen de kaarten op het bord gebruikt. Je eigen hand maakt je hand niet sterker dan wat er op het bord ligt. Bijv: je hebt 3-3 in je hand terwijl er op het bord K-K-A-A-9 ligt.
Pocket: De unieke kaarten in je hand, die jij alleen kunt zien. Ik heb pocket zevens wil zeggen dat je een paar zevens in je hand hebt.
Pocket Pair: Een start hand bij holdem poker waarbij je een paar in je hand aantreft.
Post:
Een blind inzetten. Dit wordt vereist wanneer je midden in een cash game aan een nieuwe tafel gaat zitten.
Pot: Het geld of de chips in het midden op tafel. Dit is de pot waarvoor de mensen die nog in de hand zitten spelen.
Pot Committed: De situatie waarin je in een hand zit die je al zoveel heeft gekost dan je hem maar beter uit kunt spelen.
Pot Limit: Een variant van poker waarbij een speler maximaal de hoogte van de pot op dat moment mag inzetten. Een geheel andere variant van poker dan no limit.
Pot Odds: De hoogte van de pot in vergelijking met de bet die je moet callen om in de hand te mogen blijven.
Price: The Pot odds die je krijgt wanneer je callt.
Protect: Je hand of iets anders op je pocket kaarten plaatsen, zodat ze niet per ongeluk weg worden gepakt door de dealer.
Put on: Dit betekent dat je iemand op een bepaalde hand zet. Je gaat er bijvoorbeeld vanuit dat iemand een straight heeft.

Q:

Quads: Vier gelijken, Four of A Kind

R:

Ragged: Een flop waarvan het lijkt of geen enkele speler er iets aan heeft.
Rainbow: Een flop met kaarten die elk in kleur verschillen; Een flush is bij zo een flop onmogelijk te halen.
Rake:
Een deel van de pot die naar de dealer gaat, dit is het inkomen van het huis.
Rank: De numerieke waarde van een kaart.
Re buy: Een optie om terug te keren in een toernooi waar je al uitligt. Sommige toernooien bieden 1 of meerdere re buy opties, andere geen enkele.
Represent: Spelen alsof je een bepaalde hand hebt. Stel je hebt pre flop geraised en er valt een A op de flop en je raist weer, dan “represent” je alsof je minstens een A met een hoge kicker in je hand hebt.
Ring Game: Een regulier poker spel, in tegenstelling tot een toernooi. Ook wel “live” game genoemd, omdat er echt geld in de pot ligt en geen chips.
River: De vijfde community kaart die open op tafel komt te liggen. Ook wel Fifth Street genoemd.
Rock: Iemand die zeer tight speelt. Zo iemand kun je maar beter niet callen wanneer hij op de River raist, tenzij je de nuts hebt natuurlijk.
Runner: Een term die gebruikt wordt om aan te geven dat iemand de hand wint doordat hij zowel op de turn als op de river de benodigde kaart treft. Ook wel Runner Runner genoemd, of backdoor.

S:

Satellite: Een toernooi die geen geld uitlooft aan de winnaars, maar een ticket tot een volgend toernooi.
Scare Card: Een kaart die jouw sterke hand in een keer tot niets kan maken. Er zijn tal van voorbeelden te bedenken, bijvoorbeeld jij hebt twee paren en er valt een Straight optie.
Second Pair: Een paar waarbij je de tweede hoogste kaart op tafel gebruikt. Zie ook Top Pair.
Sell: Dit betekent dat je met een relatief klein bedrag de pot verhoogd, hopende dat er meerdere spelers callen, omdat je een sterke kaart hebt. Als je hoog bet, dan callen er minder spelers.
Semi Bluff: Hier plaats je een bet, maar hoop je niet gecalled te worden. Je hebt echter wel wat opties als je toch gecalled wordt. Meestal heb je niet de hoogste hand als je semi bluft, maar kun je je hand soms wel ontwikkelen tot beste.
Set: Drie gelijken; je hebt een paar in je hand en er ligt een dere van dezelfde rank op het bord.
Short stack: Een aantal chips dat erg weinig is in vergelijking met de andere spelers. Stel jij hebt een stack van 30 en de meeste anderen rond de 200, dan speel je short stack.
Showdown: Het moment waarop alle spelers die nog in de hand zitten hun kaarten omdraaien om te zien wie de hand gewonnen heeft.
Side Pot: Een pot die wordt gecreeerd als 1 speler niet voldoende chips heeft om voor de hele pot mee te spelen. De side pot wordt dan verdeeld onder de spelers die voor de hele hand meespelen terwijl de andere alleen voor de hoofd pot spelen.
Slow Play: Een sterke hand spelen en proberen zoveel mogelijk spelers in de hand te laten blijven.
Small Blind: De kleinste van de twee Blinds die worden ingezet.
Smooth Call: Callen. Meestal gebruikt men deze term als iemand slow play speelt, door bijvoorbeeld zijn Azen niet te raisen maar slechts “flat” te callen.
Soft Play: “Aardig” zijn voor een bepaalde speler in het spel door niet agressief tegen diegene te spelen. Stel je zit met je vriend aan tafel en jij hebt de nuts. Hij raist. In plaats van hem te re raisen, call je nu. Zo voorkom je dat hij meer verliest dan nodig is. Let wel, soft play is meestal verboden in toernooien en kan zelfs tot uitsluiting leiden of tot het in beslagnemen van je winst.
Split Pot: Een pot die gedeeld wordt door twee of meerdere spelers omdat zee een gelijkwaardige hand hebben.
Spread Limit: Een inzet structuur waarbij de speler tussen twee bedragen in kan inzetten.Een typische spread limit strucuur is $3- $9. Hier kan de speler dus elke betronde tussen de 3$ en 9$ inzetten.
Stop and Go: Een speltechniek waarbij je eerder callt dan raist om vervolgens te kunnen uitbetten.
Straddle: Een optionele mogelijkheid om een extra blind te plaatsen. Dit kan alleen door de speler links van de big blind. Als het ware is deze blind een dubbele big blind inzet die volgende spelers die in de hand willen blijven verplicht om een dubbele big blind te betalen.
String Bet:
Dit is een inzet, raise eigenlijk, waarbij de speller niet het gehele raise bedrag in een beweging naar het midden kan schuiven. Een speler is in zo een geval verplicht het bedrag dat hij wilt raisen luid te noemen. Zo kan hij niet afwachten wat de reaktie van de tegenstander is.
Structured: Een term die aangeeft hoe een pokerspel is gestructureerd qua inzetten, blinds en raises. Het is bijvoorbeeld gebruikelijk om bij een $2-$4 game $2 in te kunnen voor en op de flop en vervolgens $4 op de turn en river.
Suited: Een holden start hand van waarbij beide kaarten dezelfde kleur hebben: bijv 8-6 Schoppen.

T:

Table Stakes: Een regel bij poker dat een speler niet tijdens het spel extra geld uit zijn zak haalt om mee te gaan spelen. Een speler mag slechts inzetten wat voor hem op tafel ligt.Mocht hij tijdens het spel niet genoeg hebben om voor de hele pot mee te kunnen spelen, dan wordt er een side pot gemaakt. Ook houdt de etrm table stakes in dat een speler niet een deel van zijn stack mag weghalen tijdens een spel.
Tell: Een aanwijzing of hint die een speler onbewust geeft tijdens zijn spel.
Thin: Dit houdt in dat je maar voor een paar outs aan het spelen bent, meestal maar een of twee.
Tilt: De situatie waarbij je wild en achteloos speelt. Meestal komt dit voor na het verliezen van een belangrijke hand of na een ongelukkige reeks handen. Je raist met slechte handen en speelt teveel handen.
Time: Het verzoeken van extra denktijd door een speler. Mocht de speler geen “tijd” verzoeken en hij denkt te lang na, dan kan de dealer zijn hand als gefold beschouwen.
To Go: Het bedrag dat een speler moet callen om in de hand te blijven. Bijvoorbeeld: 60 to go, als er 60 is gebet door de laatste speler en je wilt mee blijven spelen.
Toke: Een soort van tip die de winnaar van een hand aan de dealer kan geven.
Top Pair: Een paar waarvoor je de hoogste kaart van de flop gebruikt. Heb jij 10-J in je hand en op de flop komt J-8-9 dan heb je Top Pair.
Top Set: De hoogst mogelijke trips, drie gelijken. Heb je 9-9 in je hand en op de flop komt 8-9-4 dan heb je Top Trips.
Top Two: Twee paar waarbij je handkaarten de twee hoogste kaarten op tafel matchen.
Top and Bottom: Twee paar waarbij je handkaarten de hoogste en de laagste kaart op tafel matchen.
Trips: Drie gelijken.
Turn: De vierde bord kaart ( community card). Ook wel Fourth Street genoemd.

U:

Under the gun: De positie van de speler die als eerste moet inzetten, gezeten links van de big blind.
Underdog: Een hand die mathemathisch gezien de minste winstkansen heeft.

V:

Value: Zo wordt een inzet genoemd die je doet als je het liefst wel gecalled wilt worden, omdat je de sterkste hand hebt.
Variance: Het meten van de swings die je bankroll doorstaat. Het is niet per se een graadmeter voor hoe goed/ slecht je speelt. Wel is het zo dat hoe groter je swings, des te grote de variance (variantie).

W:

Wheel: Een Straight van A tot 5.

Beste Online Casino
Free Casino Bonus at Europa Casino

Pak nu een €100 bonus op je eerste storting! Pak in totaal tot €2400 gratis in het Europa Casino! Daarnaast krijg je elke week nog €25, wat natuurlijk ook nooit weg is. En nog eens 15% extra op stortingen met Ideal!

Ga naar het Europa Casino
Beste High Roller Casino

Casino Tropez staat al jaren in de top 3 van online casino´s. Het is geheel in het Nederlands en je krijgt er tot maarliefst €3000 aan bonussen!

Ook hier kun je met Ideal storten en krijg je 15% extra!

Ga naar het Tropez Casino